Menu Content/Inhalt
Kransjes PDF Afdrukken E-mail

Deeg:
*200 gram water
*100 gram boter of margarine
*1 mespunt zout
*200 gram bloem
*25 gram suiker
*1 zakje vanillesuiker
*4-6 eieren
*4 gram backin (4 afgestr. theelepels)

Voor het bakken:
*olie of vet

Glazuur:
*200 gram poedersuiker
*4 druppels citroen aroma
*3-4 eetlepels heet water

Men brengt het water tezamen met de boter of margarine en het zout aan de kook (steelpannetje) Daarna neemt men de pan van het vuur, voegt ineens al de gezeefde bloem toe, roert alles tot een gladde deegbal en verwarmt deze onder voordurend roeren nog ca. 1 minuut. De hete deegbal doet men direct in een kom en roert er dan de suiker de vanillesuiker en 1 voor 1 de eieren doorheen. Wanneer het deeg glanst en in lange punten van de lepel valt, is verdere toevoeging van eieren overbodig. Vervolgens roert men het backin door de koude deeg. Men doet dit in een spuitzakje (met gekarteld mondstuk) en spuitkrans op een met boter of margarine ingevet boterhampapier (kan ook bakpapier). Deze kransjes laat men in de hete slaolie of het vet glijden en aan beiden kanten goudbruin bakken. Daarna legt men de kransjes op een stuk grauw papier of rooster.
Voor het glazuur maakt men de gezeefde poedersuiker en het aroma met zoveel heet water aan, tot een dik vloeibare massa ontstaat, hiermede worden de kransjes bestreken.
Geschikt om tijdig voor oud een nieuw te bakken. In blik bewaren.

 
< Vorige   Volgende >